Over leven en werk van Édouard Louis

Op 27 mei 2017 wordt Emmanuel Macron op straat aangesproken door twee vakbondsleden. De mannen dragen T-shirts en zijn boos. Als ze hun beklag hebben gedaan, zegt Macron: ‘Mij maken jullie niet bang met je T-shirt. De beste manier om een net pak te kunnen kopen is werken.’ In Ze hebben mijn vader vermoord haalt Édouard Louis deze anekdote aan. Hij schrijft: ‘(Macron) stuurt mensen die niet de middelen hebben om nette kleding te kunnen kopen terug naar een wereld van schaamte, nutteloosheid, luiheid: hij blijkt de – gewelddadige – grens weer in te voeren tussen mensen in een net pak en mensen die een T-shirt dragen (…), de mensen die alles hebben en de mensen die niets hebben.’
Het lijkt zonder verdere context misschien een wat al te boute conclusie maar deze jonge Franse schrijver weet waar hij het over heeft.

Louis, geboren als Eddy Bellegueule, groeit op in het verwaarloosde achterland van Picardië. Zijn vader, zoon van een gewelddadige alcoholist, werkt overdag in de fabriek en slijt zijn avonden met een fles pastis voor de t.v. terwijl Louis’ ongelukkige moeder zich over het huishouden ontfermt. De normen die thuis gelden, zijn in het hele dorp gemeengoed: mannen zijn kostwinnaar, vrouwen doen het huishouden, migranten zijn geitenneukers, homo’s zijn mietjes – dat werk. Weinig verwonderlijk dat Eddy Bellegueule met zijn hoge stem, ‘vrouwelijke maniertjes’ en zijn liefde voor dans en toneel compleet uit de toon valt. Hij is een flikker, een mietje en dat zal hij weten. Iedere dag opnieuw. Jarenlang probeert hij zich naar de machonorm te voegen maar als gevoelige homoseksueel delft hij steevast het onderspit. En zo zit er niets anders op dan hard te werken, hoge cijfers te halen en het dorp te verlaten: weg met Eddy Bellegueule dus. Daarmee rekent hij niet zozeer af met zijn milieu maar vooral met de man die dat milieu óók voort had kunnen brengen. Zie: zijn getormenteerde vader, zijn drankverslaafde broer, zijn criminele neef. (Zowel broer als neef zijn inmiddels overleden). Agressieve en ongelukkige mannen, getekend door armoede en de trauma’s die van generatie op generatie overgeheveld worden. Vergeten mannen ook. Als Louis het manuscript van Weg met Eddy Bellegueule aan een uitgever probeert te slijten, stuit hij keer op keer op weerstand en afwijzing. Dat heeft niet met de literaire kwaliteit van zijn werk te maken maar met zijn onderwerp. In Veranderen, een methode schrijft Louis: ‘Ik kreeg negatieve reacties van verschillende redacteuren, ze zeiden dat niemand zou kunnen geloven wat ik schreef (…) ze zeiden dat zoveel armoede en geweld in Frankrijk niet kon bestaan.’

In Ze hebben mijn vader vermoord, keert Louis terug naar het dorp. Zijn moeder woont intussen met een andere man in Parijs, van zijn vader is weinig tot niets meer over. En ondanks al het geweld dat Eddy Bellegueule in Louis’ debuutroman ondergaat, is dit kleine vaderboek nóg schrijnender. Ook de opgebrande alcoholist die Louis aantreft, heeft ooit van een ander leven gedroomd. Ook in deze op sterven na dode man hebben andere overtuigingen gewoed. Zo droeg hij ooit, in weerwil van de machonorm, graag parfum en deed hij niets liever dan dansen. (Als een groepje aangeschoten dorpsjongens tijdens een dansavond in het dorp een homoseksuele man lastig valt, is hij de enige die woedend ingrijpt: ‘Laten jullie die vent godverdegodver met rust, vinden jullie het slim om hem uit te schelden, gaat het je wat aan dat hij een flikker is? Heb je er last van?’). En net als zijn jongste zoon heeft hij ooit alles op alles gezet om het dorp te verlaten, tevergeefs: ‘Zijn verleden had hem weer ingehaald, alsof hij er, ondanks de moeite die hij deed, niet aan kon ontsnappen.’

Met zijn baan in de fabriek verdient hij vervolgens maar net genoeg om zijn gezin te onderhouden en als hij bij een ongeluk zijn rug verbrijzeld, komt hij thuis te zitten. Verteerd door de pijn, aanvankelijk niet in staat tot praten of lopen. Er volgen jaren van armoede, ziekte en intense verveling. En dan haalt Louis de politiek erbij en wordt het plotseling glashelderwat sociale wetgeving voor deze klasse betekent. Eén voorbeeld. In 2009 wordt de bijstandsuitkering door de regering van Sarkozy herzien ‘om werklozen te stimuleren een baan te zoeken.’ Dat klinkt nobel maar het pakt voor Louis’ vader rampzalig uit. Hij krijgt uitputtend lichamelijk werk aangeboden dat hij fysiek niet meer aankan maar hij heeft geen keus. Als hij weigert, verliest hij het recht op sociale bijstand. Louis schrijft: ‘Na een tijdje was je gedwongen als straatveger in een andere stad te gaan werken (…) terwijl je rug al kapot was. Nicolas Sarkozy en Martin Hirsh hebben je rug gesloopt.’ Ook de regeringen en het sociale (wan)beleid van Chirac, Hollande en Macron komen voorbij. Het punt van Louis is glashelder: voor de een is politiek niet meer dan een idee, de vage notie van een regering. Voor de ander is het een volstrekt persoonlijke aangelegenheid – het opgebrande lichaam van een man die nauwelijks rechtop kan staan. Die wel wil maar niet kan werken.

Het is onmogelijk om hier recht te doen aan de vijf boeken die Louis tot dusver schreef, daarom besluiten we met een kanttekening en een aanbeveling.
De voorwaarde bij sociale mobilisatie wordt door politici als Macron steeds weer teruggebracht tot een kinderlijk-naïeve oplossing: harder werken. Louis toont overtuigend aan dat dat een leugen is. Zijn familie – zijn vader voorop – doet vrijwel niet anders dan hard werken maar het ontbreekt hen aan de mogelijkheden – geld, kennis en de juiste contacten – om het leven naar hun hand te zetten. Daar komt bij dat iemand die met niets begint, oneindig veel harder moet werken en veel meer geluk moet hebben dan iemand uit een welgesteld milieu. (Ik kan me niet voorstellen dat Macron zich ooit heeft geprostitueerd om zijn tandartsrekening te kunnen betalen, iets wat Louis wél heeft gedaan).
Macron is intussen bezig aan zijn tweede termijn als president. In aanloop naar de recente verkiezingen veranderde hij de naam van zijn partij La République en marche naar Renaissance ‘om een bredere groep in de samenleving aan te spreken.’ Kleine, niet al te vrijblijvende tip van ondergetekende: lees de boeken van Édouard Louis. Grondig s’il vous plait, van kaft tot kaft. Ze gaan u aan, ze gaan ons allemaal aan.

Levi Olthof

Comments are closed.