In de vier decennia na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Tove Ditlevsen een van de beroemdste en meest gekwelde schrijvers van Denemarken, wiens vele identiteiten – dromerige buitenbeentje uit de arbeidersklasse, meedogenloos gefocuste kunstenaar, ambivalente vrouw en moeder, literaire buitenstaander en drugsverslaafde – voortdurend met elkaar in oorlog waren.

Hoewel ze altijd de hoofdrolspeler was in haar berichten vanaf de frontlinie van haar eigen leven, deed ze nooit alsof ze de heldin was. Dat maakt het niet verwonderlijk dat in een tijdperk met een hang naar autofictie, haar bijtende, levendig biechtende autobiografische werk een opleving zou moeten beleven.

Afhankelijkheid is het laatste deel van de memoirereeks de Kopenhagen-trilogie. Het wordt gezien als Ditlevsens meesterwerk: een duister en duizelingwekkend portret van een verslaving – en de weg daaruit.

Comments are closed.