In mijn vroege jeugd kwam je ze nog wel eens tegen in het winkelcentrum van Rotterdam; Zeeuwse vrouwen in klederdracht. Met hun kappen, oorijzers en schorten stoken ze wonderlijk af tegen de truien, T-shirts en spijkerbroeken. Bij mij in de klas droeg een meisje dat geboren was op Marken op haar verjaardag altijd een halve dracht, dus alleen de ‘top’ of ‘bovenkant’. We keken er niet van op, het was nog vrij gewoon. Tegenwoordig zijn er bijna geen mensen meer die zich op dagelijkse basis met de nodige moeite in de traditionele kleding wurmen. De kleine groep die het nog wel doet, is inmiddels op hoge leeftijd. Met hen zal ook de klederdracht uitsterven.

Daarom is het eigenlijk helemaal niet zo vreemd dat Jimmy Nelson, beroemd van zijn krachtige portretten van bijna uitgestorven stammen, in zijn nieuwe boek Between the Sea and the Sky twintig Nederlandse gemeenschappen in traditionele dracht portretteert. Nelson, die voor eerder werk de hele wereld afreisde, woont sinds enige tijd in Amsterdam en omdat reizen door het coronavirus simpelweg geen optie was, besloot hij het dichterbij huis te zoeken. Geen Afrikaans hooggebergte maar het Zeeuwse Axel, geen Aziatische steppe maar het Friese Hindeloopen. Als ode aan de rijke cultuur van zijn nieuwe thuisland, is Between the Sea and the Sky zijn meest persoonlijke boek geworden.

Comments are closed.